
‘Aus tiefer Not schrei ich zu Dir’ klinkt uit mijn koptelefoon. Het verwoordt mijn stemming beter dan ik zelf kan.
Al sinds mijn jeugd kamp ik met herfsdepressies. Elk jaar hetzelfde ritueel: In september ben ik blij dat de zomer voorbij is, maar in oktober gebeurt er iets met de kwantiteit en de intensiteit van het licht, waardoor mijn opluchting omslaat in mismoedigheid. Tegen de tijd dat het november is, zit ik er behoorlijk doorheen. Ik eet (letterlijk) kilo’s rucola en appels en tomaten en pompoenpitten, maar niets helpt tegen de zwartgalligheid.
Dan is het december; nadat het racistische kinderfeest voorbij is – marsepein heeft mij inmiddels een kilo zwaarder gemaakt – gaan we richting de kerst. Met een kerstboom. Nou, dat is dan wel weer gezellig. Met kerst ben ik, anders dan in André Hazes’ hit NIET alleen. Dat scheelt een slok op een borrel. Na kerst heb je dan weer Oud en Nieuw, wat in mijn jeugd echt heel leuk was en nu volkomen verpest is door vuurwerkverslaafde jongens en mannen. Ik las net dat er nu heel veel carbid verkocht wordt. Hm. En ongetwijfeld wordt er veel zwaar vuurwerk uit het buitenland gehaald.
Tot een paar jaar terug begonnen wij ons telkenmale pas in het najaar zorgen te maken over Oud en Nieuw. Een huisje boeken op een vuurwerkvrij park zit er dan echter niet meer in. Vorig jaar echter, hadden wij op tijd geboekt en zaten wij veilig op een park in het midden des lands. Om kwart over twaalf stond ik even buiten om te vernemen waar het front zich bevond. Dat was spijtig genoeg in het Westen, zodat ik nu geen grap kan maken over het Oostfront.
Om een uur of een snachts ging ik met de honden uit in het park. Nadat zij hun business hadden gedaan, gingen wij ongetraumatiseerd weer naar binnen, waar wij besloten direct weer een onderkomen te boeken voor het komende jaar.
He he, januari, al dat feestgezeik hebben we gehad. Wel koud enzo.
Februari is bijna maart en maart is lente. Lente verwent je, met nieuwe luchten en nieuwe flora en met onverklaarbare vermoeidheid, gek genoeg.
Dan is het opeens zomer en zuchten wij onder de hitte, die in het journaal omschreven wordt als “mooi weer”. Nou en dan op een gegeven moment is het weer september en ben ik weer een jaar ouder. Inmiddels tel ik 55 jaren. 55 jaren van opeenvolgende seizoenen, waarvan ik het merendeel matig waardeer.
Als kind al, hield ik niet van de zomer. De herfst kan ik niet tegen. In de winter gaat het wel en dan in maart en april en mei vind ik niet alles volkomen kut.
Ik slik nu al bijna twee decennia antipsychotica en antidepressiva. Dat heeft voor mij wel wat scherpe randjes eraf gehaald, maar heeft me ook ziek gemaakt. Door deze medicijnen heb ik parkinson-achtige klachten. Vorig jaar in de nazomer kreeg ik dan ook nog eens vermoedelijk covid. Niet voor het eerst, maar wat wel nieuw was: Post covid. Ja, dat kan er ook nog wel bij. Ik kon daardoor een tijd niet autorijden; de dokter dacht dat ik dement was; ga zo maar door. Ik ben niet dood gegaan aan die covid aanval en ook nog niet aan mijn psychische klachten, maar het leven is wel weer wat minder leuk geworden. Wat het me wel gebracht heeft, is dat ik voor het eerst in lange tijd iets ben gaan doen louter omdat het me leuk leek; ik heb me aangesloten bij een popkoor. Daar zing ik nu met andere “bejaarden”.
Een ander ding wat het me bracht was dat ik mijn relaties meer intens ging waarderen, waaronder die met mijn honden. De klap was dan ook groot toen medio september een van mijn honden overleed. Hij liet zijn zusje en ons in tranen achter.
Een week of drie later las ik dat kort na de dood van mijn hond, mijn vroegere kennis Titus Rivas was overleden, op 62-jarige leeftijd. Het was inmiddels oktober dus mijn gevoel daarover valt samen te vatten als: “Hij wel”.
Ik vind het leven een rare aangelegenheid. De meeste mensen lijken “Eten en gegeten worden”, zoals je het leven zou kunnen samenvatten, voor lief te nemen. Ik blijf me echter verbazen over dat veel mensen zo’n plezier hebben op de rand van de afgrond. Het is toch duidelijk dat de wereld er rampzalig aan toe is. Er is op meerdere plekken oorlog; er is honger; er is armoe, ook geestelijk. Amerika wordt geleid door gestoorde gekken en ondanks dat is een overwinning voor de ‘Democraten’ bij de Midterms niet zeker. Het wordt nog spannend. Want veel mensen in Amerika denken ongeveer zo:
“Ik had een zoon en een dochter. Nu heb ik een dochter en een zoon. Wat is er gebeurd? Ze hebben een verkiezingsspot gezien van de Democraten waarin hun verteld werd dat ze trans moesten worden. Nou, toen hebben ze een kliniek opgezocht en hopla.” Ja, want zo gaat dat: als je “van geslacht wilt veranderen” dan kan dat. Altijd. Overal. Meteen. Ook als kind.
Het slaat helemaal nergens op, maar zo raar denken veel mensen ongeveer. Daar kwam ik ook weer achter toen ik geïnterviewd werd voor de nieuwsbrief van mijn popkoor. Als betrekkelijk nieuw lid werd me gevraagd wat te vertellen over mezelf. Ik vertelde over hoeveel ik gepest ben in mijn leven omdat ik bi ben en non-binair. Ik vertelde over mijn constante strijd om de wereld wat leefbaarder te maken voor iedereen. Dus niet alleen voor ons, over het paard getilde mensapen, maar ook voor de andere dieren.
Het ging heel fijn, het interview, tot ze zei dat zij ook maar een paar keer in de week vlees at en over dat we elkaar daarin moesten “respecteren”. Ik verstijfde. Ik antwoordde niet. Ik ben het daar zo ontzettend niet mee eens. Het gesprek ging echter heel prettig en ik wou de sfeer niet verpesten. Echter: vlees eten door mensen zie ik als moreel verkeerd. Het maakt principieel niet uit volgens mij Hoe Vaak jij vlees eet in de week. Iets verkeerds niet heel vaak doen maakt het niet minder verkeerd.
Afgezien daarvan: het is wettelijk gezien jouw eigen zaak of je vlees eet of niet. Ik heb daar niks over te zeggen. Ik hoef het niet te respecteren en mijn afwijzing doet er ook niet toe. Je moet het maar zelf weten. Ik wil niet in een totalitaire samenleving leven. Dat houdt dus ook in dat ik mijn eigen waarheid niet tot wet moet willen maken.
Wat mijn verhaal over mijn gender betreft: de interviewer was zeer begripvol, maar het venijn zit altijd in de staart: “Ja, ik wil wel rekening houden met je gender in mijn verhaal, maar ik wil het ook graag taalkundig correct doen”. Aha, er moet dus ‘hij’ in, in plaats van ‘hen of die’. Okee, we zijn er weer: taalregels zijn belangrijker dan mijn gevoelens.
Vanochtend zocht ik Titus Rivas op in Wikipedia. Er is momenteel een discussie gaande of zijn pagina verwijderd moet worden, wegens irrelevantie en nog wat meer. Wauw, dat komt wel even binnen. Ook al was hij laten we zeggen een kennis van mij; ik heb alleen enige jaren gecorrespondeerd met hem via Twitter DM, het voelt toch alsof ik een vriend verloren ben. Nu willen ze ook nog zijn digitale grafsteen verwijderen.
Titus, als je meeleest: je wordt niet vergeten. Wij blijven roepen dat we lief moeten zijn voor elkaar. Dat we elkaar niet op moeten eten, letterlijk en figuurlijk.
Aus tiefer Not schrei ich zu dir
Herr Gott, erhör mein Rufen (BWV 38)
Bach heeft vele werken geschreven die niet bepaald vrolijk zijn te noemen. Onder meer zegt hij daarin “zich te verheugen op de dood” en dat hij “met een been al in het graf staat”. Dat mag nu wat morbide klinken en alsof je 113 moet bellen; in Bach’s tijd (eerste helft achttiende eeuw) was dit normaal. Het leven werd gezien als tranendal en na de dood kwam je hopelijk in de hemel en dat was wèl fijn.
Tegenwoordig dien je hier op Aarde gelukkig te zijn. God is dood wij niet en alles en iedereen schreeuwt je toe dat je Moet Genieten. Op tv zag ik een reclame waarin gefrituurde kippenpoten dansen op een hardcore muziekje met de strekking dat er perse kip op je pizza moet zitten. Ik vind dat echt psychopaat, die reclame. Het doet mij terugverlangen naar een tijd waarin er geen dictaat was dat je het leven leuk moet vinden.
Het geeft vaak een gevoel dat je iets verkeerd doet, als iedereen om je heen doet alsof die gelukkig is en jij denkt vaak: “Was ik maar dood, of nooit geboren”. Maar je doet niks verkeerd als je je zo voelt. Het is een geestelijk gezond reactie op alle ellende die wij zien en die we meemaken.
Natuurlijk moet je er geen voortijdig einde aan maken, want dat is zielig voor je nabestaanden en daarnaast is sterven nogal definitief voor zover wij weten.
Dat je je “mindere momenten” hebt is geen schande. Onthoud wel: ooit wordt het weer lente.
